Inflatie berekenen: waar dit voor dient
Inflatie is de stille belasting op geld dat stilstaat. Bij 3% inflatie per jaar verliest geld in tien jaar tijd bijna een kwart van zijn koopkracht. Deze rekenmachine toont beide kanten: wat het bedrag van vandaag in de toekomst nog kan kopen, en hoe groot een toekomstig bedrag moet zijn om gelijk te staan aan het bedrag van nu.
Inflatie berekenen: hoe het werkt
- Vul het geldbedrag in, uitgedrukt in de waarde van vandaag.
- Vul de gemiddelde jaarlijkse inflatie in die je verwacht.
- Geef het aantal jaren op waarover je wilt vooruitrekenen.
- Vergelijk de verloren koopkracht met het gelijkwaardige toekomstige bedrag.
De gebruikte formule
Toekomstige koopkracht = bedrag ÷ (1 + inflatie/100)^jaren. Gelijkwaardig toekomstig bedrag = bedrag × (1 + inflatie/100)^jaren.
Veelgestelde vragen
Welke inflatie moet ik aanhouden?
De Europese Centrale Bank streeft naar zo'n 2% op de middellange termijn. Voor een langetermijnplanning geeft 2,5 tot 3% een redelijke marge zonder overdreven somber te zijn.
Waarom verliest mijn spaarrekening toch waarde?
Betaalt de rekening 2% en ligt de inflatie op 3%, dan is het reële rendement −1%. Het saldo groeit in euro's, maar koopt elk jaar minder.
Hoe lang duurt het voordat geld de helft van zijn waarde verliest?
Deel 70 door het inflatiepercentage. Bij 3% halveert de koopkracht in ongeveer 23 jaar; bij 7% in tien jaar.
Komt de officiële inflatie overeen met mijn persoonlijke inflatie?
Vaak niet. Het officiële cijfer meet een gemiddeld nationaal pakket; geven je uitgaven vooral aan huur, energie of boodschappen uit, dan kan je persoonlijke inflatie flink hoger liggen.